Meer participatie met minder

‘Meer met minder’ is inmiddels een vaak gehoorde uitspraak. En ja, de budgetten worden minder, maar moeten we dan ook meer? Als we het hebben over re-integratie en participatie, kan het in ieder geval effectiever en efficiënter: er meer uithalen. Door de middelen in te zetten bij de kandidaten die ook echt ondersteuning nodig hebben en achterwege te laten bij hen die zelf sturing kunnen geven aan hun arbeidsintegratie zetten we al een eerste, goede stap in de richting. Immers, de middelen moeten gericht ingezet worden.

Screening bestand

Om tot een juiste verdeling en inzet van middelen te komen, is het van belang dat het bestand in beeld is, zo niet, komt. Een screening van het bestand is in veel gevallen geen overbodige luxe en heeft als doel kandidaten te beoordelen op de zelfredzaamheid op de arbeidsmarkt.

Zelfsturend

Van kandidaten met geen of zeer geringe afstand tot de arbeidsmarkt als gevolg van opleiding en ervaring, moeten worden verwacht dat men zelf sturing kunnen geven aan het traject. Een dergelijk traject hoeft enkel gemonitord door de adviseur en daar waar nodig bijgestuurd.

Groepsgerichte training

Voor kandidaten met een grotere, maar zeker geen onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt, zal een groepsgerichte training een goed instrument zijn. Tijdens deze training  zal de aandacht gericht zijn op de zelfsturing van een traject en de voorbereiding naar de arbeidsmarkt: het belang van zelfstandigheid, houding en gedrag, het doorbreken van patronen, praktische instrumenten en jezelf presenteren. Ook de dynamiek van werkloosheid wordt besproken en de kandidaten worden door de trainer gestimuleerd en gemotiveerd. De training moet praktisch zijn en oplossingsgericht richting de arbeidsmarkt. Hierbij is het van belang dat de faciliteiten voor een ‘veilige’ omgeving aanwezig zijn. Ondanks dat de arbeidsmarkttoeleiding centraal staat, zal er ook met fraudesignalen omgegaan moeten worden.

Individuele begeleiding

In overige gevallen zal individuele begeleiding wellicht het meest passend zijn. Door wie deze begeleiding wordt geboden, is afhankelijk van het te behalen doel. Kandidaten met beperkingen zullen wellicht toetreden tot de beschutte werkplek waar men individuele begeleiding krijgt. Een andere mogelijkheid kan de inzet van een jobcoach zijn op een stage- of werkervaringsplek. Bij arbeidsongeschikte kandidaten zal de begeleiding vooral informatief zijn. Natuurlijk kan de begeleiding ook bestaan uit intensieve contacten waarbij ingezet wordt op motiveren van kandidaten, bijvoorbeeld in geval van niet-willers of  in fraudegevallen.

Werkgeversbenadering

Een veel gebruikte tool voor re-integratie en participatie is de werkgeversbenadering. Vooral voor zelfsturende kandidaten ideaal. Ook voor het verwerven van stage- of werkervaringsplekken kan de werkgeversbenadering worden gebruikt. Voor kandidaten die vanuit de groepsgerichte training doorstromen, kan het ook een goede vervolgstap bieden. De jobhunter, accountmanager of werkmakelaar moet een (opr)echte netwerker zijn, de taal spreken van de werkgever en deze kunnen vertalen naar de kandidaten. Na de match werkgever-kandidaat is nazorg erg belangrijk: men moet aan het werk blijven. Wanneer er uitval dreigt, moet er ook gekeken worden naar de mogelijkheden als “van werk naar werk”. Daarnaast zie je dat er steeds meer kortdurende opdrachten zijn, daarin ligt ook het belang van het contact met de werkgever en de kandidaat, zodat deze continu in beweging blijft. Een kandidaat moet immers niet weer in de bakken terecht komen.

Will Stoof, manager Geerling & Geerlings